Verlies en toch vennootschapsbelasting betalen?

U hoort van uw dossierbeheerder dat uw vennootschap in 2025 verlies heeft gemaakt, maar dat u toch vennootschapsbelasting zal moeten betalen. Het verschil zit tussen wat uw boekhouding toont en wat de fiscus als ‘winst’ ziet.

Verlies en toch vennootschapsbelasting betalen?

Een boekhoudkundig verlies betekent dat uw kosten hoger zijn dan uw opbrengsten. Dat wil niet per se zeggen dat u echt geld verliest. Als uw kosten vooral uit afschrijvingen bestaan (dat zijn geen uitgaven) en uw opbrengsten cash zijn (zoals huur), kan uw bankrekening zelfs stabiel blijven of groeien, ook al staat er in de jaarrekening een verlies.

Fiscaal kan er dan toch winst zijn, want voor de fiscus wordt dat resultaat nog aangepast. Bepaalde kosten worden namelijk als ‘verworpen uitgaven’ beschouwd: ze staan wel in uw boekhouding, maar zijn fiscaal niet of niet volledig aftrekbaar. Typische voorbeelden zijn auto- en restaurantkosten, relatiegeschenken, receptiekosten, niet-specifieke beroepskledij, verkeers- en geldboetes en de vennootschapsbelasting zelf. Die bedragen worden opnieuw bij uw resultaat geteld, waardoor er fiscaal toch winst kan ontstaan, ook al is er boekhoudkundig verlies. Daarnaast kunnen ook niet-vrijgestelde reserves (vrijgestelde reserves uit eerdere boekjaren die volledig of deels belastbaar worden) ervoor zorgen dat er fiscaal winst is.

Dit werkt ook andersom, er zijn nl. aftrekposten die niet in uw boekhoudkundige winst zitten, maar wel uw fiscale winst verlagen, zoals de investeringsaftrek.